Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5« «iiToiiifi van den heer

ftil; ik alleen in de Kamer. Myn asaarde Vadef is onpasfelyk , hy ging vroeg ter ruste ; myn Vriend Sytfama was ook naar zyn Logement; al de Kinderen (liepen : de Meiden waren te bed. — „ doosje, zcide zy, Zult gy al weêr by mywaa», ken ? Ik vrees, myn Kind, voor uwe gezond„ heid; en hoe ongelukkig zouden dan myne on„ hozele Kinderen zyn!" Zy doeg toen haare oogen ten hemd. „ Lieve Moeder, zeide ik, », God zal my de vermogens geeven , die Hy „ weet, dat ik noodig heb, om aan mytien pligt *» te hunnen voldoen : Hoe bevindt gy u tegen>, woordig?" Zy zweeg. Dit verftond ik. Myne traanen droomden. „ Het is, zeide zy, niet ori,, mooglyk, dat ik nogmaal van den oever des „ doods te rug kome; maar, indien de uitkomst „ liet tegendeel bevestigt, dan behaagt het God „ niet; en myne Dogtcr twyflelt gecnzins , of „ daar zuilen wyze en gewigtige redenen toe » zyn."'

Ik. Twyfefefl ? neen ! maar hoe allerfmartelykst zal

Moeder. Voor lange poogde ik my voor te bereiden voor de groote, en in eeófgen opzichte beflisfende dands-verwisfeling. Ik ben niet onbereid, maar! Coosje — ik ben Moeder!

[ Zy zweeg een poos, als in zich zelf verkoren. ] Ik ben de geliefde Vrouw van den allerbestcn Wfa* Ik ben nog iu de kragt van myn leven ; ik

ben

Sluiten