Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

WILLEM LEEVEND.

Coosje! Ik ken myn lieven Vader; zyn gelaat teekeut altoos zo fterk; ik zag hem zo oplettend aan. Hy meende zeer zeker , 't geen hy zeide. Meer heb ik niet verlangd. Gy weet het. Vooru, myne Vriendin, heb ik ook zelf myne zwakheden nooit verborgen. Nu laat ik alles aan den tyd bevolen: ik heb, geene de minfte hoe flaauwe begeerte , om van Haat te veranderen. Als myn lieve Willem maar in de gunst myns Vaders herfteld wordt, is. alles voor eerst wel. Ik onderzoek niet eens, of onze Mevrouw Everards , of gy gelyk hadden, als gy zeide: ,, dat hy my zoude bemind hebben % indien hy gedurfthad." Dit alles laat Ik aan zyne plaats.. Het intresfeert my niet, ten zy ik overtuigd ben , dat hy my door deeze onderfchekling.. eereaandoet;en,dit kan hy niet doen, indien hy,, 'k zwyg van een (legt — een twyfelagtig karakter: heeft. Dit, is waar, ik bemin hem, als den eenigen Jongeling, dien ik zoude kiezen., indien ik kiezer* moest;, en hy my overtuigde, dat hy my bemin-, de als de eenige, met wie hy gelukkig zoude zyn.. Het fchynt nog een geheim te weezen, waar hy, zich bevindt. Dit zy zo. Ik voor my houde my zo verzeekerd van zyue braafheid, dat rayne ongerustheid zelf daar door zeer vermindert. AHs peinsagtige overdenkingen zyn door het gezegde van,myn lieven Vader geheei weggenoomen. Myn gehe.el.hart heft zig op, breidt zich uit in genoeg gen: MIqs ia licht, alles, is rust!

C 3 Myne

Sluiten