Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5S4a HISTORIE VAN DEN HEER

Huisgezin. Allen zyn voor elkander bereekend; wat kan ik meer zeggen? Het Buitengoed is verbaasd groot van omtrek, en vol verfcheidenheid. Het oog word hier niet gekwetst door verfnipperde Engclfche Bosjes, noch Chineefche Tenten. Men wandelt hier onder ftaatige Boomen, heerlyke Koorn- en Gras - Landen. Bloemen en Moes

Ibreelen het oog: de fchoone Rivier de

Rroomt hier langs, en is met verfcheide fpruiten door de Plaats gelegd.

* * *

[ Mevrouw Sytfama ten vervolge. ]

Uw Broeder neemt met Sytfama eene wandeling, Hy vroeg my, of ik wat aan u wilde fchryven. He inval was goed. Kom aan, (zeide ik,) geef

my dan uw pen. — Ja maar, op dit Papier. ■

Dan moet ik leezen, wat gy fchryft. Wel nu,

■lees. Ik deed zo; Wat zal ik zeggen ? Ik

Zal, dunkt my, aan Wim maar toeRaan, dat on» huislyk geluk niet te befchryven is; en weet gy, Mevrouw, wat ik daar mede in myn fchild voer! Dit ... Ik hoop dat, wyl de Vriendfchap toch niet in Raat is, om u hier te brengen, de Nieuwsgierigheid u zal overhaalen. Gy, Mevrouw Ryzig, had immers altoos een zeer Rerke trek, om het zcld^aamc te zién, en zo eens te gaan opnee-

vmn.

Sluiten