Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aattig h fchieven.

3a van de Bye.

haar bang te maaken, haar eene korf aan te bieden, en ze daar in te ontvangen. Die vreedzaame verovering wordt gemeenlyk van huiiTelyke vreugde gevolgd, en behoort het te worden ; het is eene goede overwinit, en een evenwezenlyk als onfchuldig voordeel , dat men bekoomt; Dus worden op het Land de vermaaken zelve door andere vermaaken beloond: Én men vermoede niet, dat ik, even als de man by Horatius, het landleven alleenlyk prys, om dat ik in de ftad woon: Zedert langen tyd ben ik, zelfs des winters, meer buiten dan in de Stad, en myn beiluit is, om de laatfte wel haait geheel te verlaaten. Ik vind irt het geen men de wezenlykite vermaaken van het Land noemt, die helaas! te weinig gekend worden, een geluk ver boven alles wat myne verbeelding, zelfs toen 'er dezelve het meelt van vervuld en verhit was, my daar van beloofde.

De Prior de Jonval (*) fchildcrt de verhuizing der Byën met bevalligheid en waarheid ; „ Onderftel , zegt hy, dat eene Troep Byën „ haar verblyf hebbe in het gat van een rots, „ of in een hollen boom; Zy voeden 'er haa„ re Jongen op: Als de eerften uitgekoomeu „ zyn, fokt men wéér anderen aan. Oude en „ Jongen blyven by malkanderen en in vrede,

„ zo

(*; S'btHVtn, der JUtHnr d, i, enitrb. VI,

Sluiten