Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

PAPIEREN ADEL.

21

vaardig en onderdaanigst bidde, om zich aan zijn vcorbeeld te fpiegelen. (*)

Geduurende m;jne gewigtige ondervinding zag ik lievelingen van 't hof verftooten ; ftaatsdienaars en generaals,voornamenlijk zeervcele jonge, rijkgeweezene en van oude Mammen gefprooten ridders, die aan den laagMen bedelMaf raakten, of verachting verdienden, of voor zich-zelven wanhoopten. Ik, ten minMen, die geduurende mijn leven tweemaal, zonder mijne fchuld, alles verloor, wat mij lot, menfchen en vorMen konden ontneemen ; ik, toen mij mijne groote goederen in Slavonien ontrukt en in Pruis/en geconfisqueerd wierden, ik heb nooit gebeefd, noch gebedeld, noch kruipende om befcherming gefmeekt; maar alleen in mij zeiven troost, kracht, en ook zoodanige middelen gevonden ,waar door ik ddn in de waereld met de roemrijkMe goedkeuring ten voorfchijn trad, en bij vreemden achting verwierf, als men mij onbebefchermd,huJp. en troostloos waande.

De yi mij ingewortelde kiem der echte grootheid in groote gevaaren, de vrede met mijnen inwendi... gen richter, en eigene geMrenge vlijtigheid, mijne nachten , voor de weetenfchappen waakende doorgcbragt, aan die alles ben ik alleen, en, daarentegen , der vorMen gunst , derzelver rechtvaardigheid, de genade der ltaatsdienaars, noch het blinde geluk, geheel niets verfchuldigd.

Der.

(*) VVij zullen onzen leezeren in 't vervolg ook de levensgefchie» dsnis van den Majoor van Mops, in oaze taaie,mededeelen. K,

B 3

Sluiten