Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C28

Het TWEEDE BOEK

ftaf over de dromen, f over de rivieren, en over de poelen uit,en C doe vorfchen opkomen over Egypteland. *

vi. 6 En A.Ï50H ( ftrekte zijne hand over i de wateren van Egypten uit, en daar kwa- i men vorfchen op, en bedekten Egypteland. 1

vs. 7. Toen deden de toveraars dus ook 1 met hunne bezweerin- | gen: en zij deden vorfchen over Egypte- 1 land opkomen.

vs. 8. En Pharao : riep Moses en aüron, cn zeide, bidt vurig tot Jehovah , , dat Hii de vorfchen van mij en mijn volk wech neme, zo zal ik 't volk laten trekken , dat zij Jehovah offeren.

vs. 9. DochMosES zeide tot Pharao, toon dat gij verheven zijt, boven mij: door mij te gelasten wanneer ik voor u, en

tt: 6. In geen land zijn 'er meer dan in Egypten: net is lijke landplaag, doch deze is buitengewoon in het getal.

vs. 7. Door het een en ander, waar meede zij de vorfchen bij elkander lokten; men zie Oïdman vcrmischte Sdmliagen aus den Naturkunde zur erklarung der II. S.

vs. 8. Nu gelooft hij al d.it Moses racer kan doen, dan zijne wijsgeeren, en wel door een meer dan menfchelijken invloed.

vs. 9. Ik volg hier de vertaaling van mijnen vcreerenswaardigen vriend Profr. Muntinch, opgegeeven in zijne fchoor.e Disfertatie onder

jchrocdei.

laarmetdenftaf, wijd en zijd, flaan zoue, op dat uit allen de Baande en vlieeiide wateren des lands vorfchen kontefi voortkomen: 6. Op dat teken van ^a ron volgde' een talloos heir van vorchen, welken zich over het geheele land ■erfpreidden. 7. En de wiskonflenaars loogden ook Moses naaitevolgen , rechtende ook overal vorfchen ten voor'chijn te brengen : 8. Toen die plaag dies beroerde, ontboodt de Koning Moses en Aüron, hen gelastende, Jehovah hartelijk te fmeeken , om de afvending derzelve over hem en over zij1e onderdaanen: In gevalle Jehovah hen verhoorde, dan zou hij het Hebreeuwfche v-olk laaten trekken, om dien Jehovah te oflereu; want nu erkenden hij den invloed van eene Godheid, die Moses fcheen te bcgunfligen: 9. Biet antwoord van Moses op s'Konings verzoek was: gelief hier in uwe koninglijke meerderheid boven mij te toonen, door mij den

Sluiten