Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VAN MOSES. HOOFDD. VUL £29

tijd te bepaaïen, wanneer gij wilt, dat ; ik deze bede doen zal: ik ben tot eene < flipte nakoming van dergelijke bevelen \ bereid, ik zal aan uw oogmerk trachten j te voldoen, op dat de vorfchen naar de '< rivieren wederkeeren, en gij van dat lastig ongedierte ontflagen wordt: 10. De Koning verzocht dit des anderen daags : 's morgens, waarop Moses beloofde zijn verzoek infewiUigen, doch alles, op dat hij weeten zoude dat er geen Majefteit bij Jehovah te vergelijken was; 11. Voegende hij er bij, dat die menigte van vorfchen nog eenigen tijd ia de riviere, tot een aandenken aan de redding, zijn zouden. 12. Daarop verliet Moses cn Aanon het hof, en op den bepaalden tijd, des anderen daags s'morgens, bad -Moses deu-ffEer, dat Hij den Koning van de pkage bevrijden wilde, waarmede Hij Pharao bezocht hadde; 13. En Jehovah handelde even zo als Moses voor den Koning belooft hadt: de vorfchen, overal verfpreid, in de lieden, vertrekken, op het land , lagen op eenmaal overal dood; 14. Zo groot was het getal, dat het land van de dooden vorfchen, die overal uitgedraagen werden, geheel befraet was; 15. Doch zodra Pharao befpcurde dat die walgelijke plaag zich nu alleen maar tot de wateren bepaalde, zo bevestigde hij zich weder in zijn eens gerioomen befluit, éven zo als Jehovah Moses,. reeds te vooren gezegt hadde, dat de uitkomst gedurig zijn zoude : P 3

-oor uwe knechten, n voor uw volk viliglijh bidden zal, om leze vorfchen van u :n van uwe huizen te -erdelgen , datze aleen In de rivier over>lijven?

vs. 10. Hij dan zeiIe , tegen morgen : en nj zeide, het zij naar iw woord, op dat gij ,veet, dat'er niemant s, gelijk Jehovab oaSe Mlohim:

vs. 11. Zo zullende rorlchen van u, van awe huizen, van uwe knechtén, en van uw volk wijken: zij zullen alleen In de rivier overblijven.

vs. 12. Toen gingen Moses en Aa'ron van Pharao uit: en Moses riep tot Jehovah ter zake van de vorfchen, die Hij Pharao hadt opgelegt.

vs. 13. En Jehovah

deedt naar het woord van Moses: en de vorfchen fttêrvcn uit de huizen , uit de voorzalen , en uit de velden :

vs. 14. En zü vergaderden dezelven te zimen bij hopen, en het land ftonk.

vs. 13. Toen nu Pharao zag dat 'er ademing was , verzwaarde hij ziin hart, dat hij naar hen niet hoorde, geli'.k Jehovah gefproken hadt.

Sluiten