is toegevoegd aan uw favorieten.

De bybel vertaald, omschreeven en door aanmerkingen opgehelderd.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

44°

Het DERDE BOEK

f'zameXmft" der Schech}na > -plechtig zijne beiden banden voor jebovab') leggende cp 't hoofd van dat dier, betuiecn-

aangezichte: cn . , , ... ...

hij zal zijne de'tevens hoe hij waardig is, om die zonde hoöfd °L dien tc rWvem maar dat-hij nu die misdaad overvarrc leggen , droeg op liet olfer, om zijne fchuld te draagen ,

cn hu zal dien ° '

varre naciiten, en zuilvS wegens een volmaakt ofl'er: wanneer. Swe^tef*'*! ziin godsdienftig gebed van deezen inhoud ge^Y4ie*Sf- ciudiSd h> zal hiJ hct op de gewoone plaats de Priester van van den voorhof doen Aagten 5. Met dat

des varre bloed ...... °

nemen: en hij oudcrlchcid evenwel : zoo de fchuldige een Tente'der^t'z'a- geordend Priester is, dan zal bij van 't bloed menkomftc neemen, niet om daar dan den altaar mede te

brengen. -

ys. 6. En de lprcngeu , zo als m andere gevallen , maar nen" vingeren 0:11 hct zclf te brengen in de voorzaal van dat bloed dop- r\c veldtent, alwaar hij gewoonlijk dienst doet:

yen: en van dat - . ^ j.

bloed zal hii ze- 6. Daar zal hij zijn vinger in dat bloed ftee-

venmaal l'pren- , ... , . , , , , ,

gen voor jeho- keu, cn fcuj zal den bcbloeddcu vinger fpatten te? voorZihe; te&ais detl kostelijken voorhang, die het heiyoorhangzeivan lige van het heilige der heiligen affchcid, waar

t heilige. ^

vs.-7,,OoTczai achter de tegenswoordigheid van Jehovah zicht-

dat WoeTdoen baar 's ? en dat tot zeven maal ^C » ten bcwij-

op de hoornen ze van de volkomenheid zijner verzoening. 7. Devan den reuk- -' ö < altaar der wei- zelfde Priester zal van dat bloed de hoornen riekende fpece- \ , , , , r .. rijen; vomjt- van den gouden reukaltaar befprengen, die voor

^të[difil% Jehovah^ aangezichtc Haat: het bloed dat hij Temc der t'za- venter overig heeft, zal hij aan dc westziide

menkomftc is : . . , ' , ' .' -

dan zal hü ai van den Koperen brandaltaar uitftortcn, ten bevwebuUgie?cn u<iizc dat de zio1 gegeeven is ter verzoening aan den bodem van deze fchuld. S, o, ie. Wat nu den

van den altaar ' < '

des brar.d-offers, welke is aan de deure van de Tente der t'/.imenkomfte. vs. 8. Verder, al het vet van den varre des zond-offers zal hij daar van opnemen: het vet, bedekkende het ingewand, en al het yet,dataanhetingewandis;

vs. 5. Ik zie gecne nqodzake om hier alleen aan den Hoogenpriester te denken, ik fluit hier den Priester, die het heilige bediende, en zicli misgrepen had, ook in, hei geen de uitleggers voorbijzien.