is toegevoegd aan uw favorieten.

De bybel vertaald, omschreeven en door aanmerkingen opgehelderd.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van MOSES. Hoofdd. IV. 247

op dat gij voor altoos zijne onderdanen zoudt ^ffrd"""!'" ziin, zo als gij tot heden zijt. 21. En dit dat gij hem tot

" een erf" volk

deed Hij niet, om mij al'een groot te ma-

zoudt zijn, ge-

ken — gij weet zeer wel, dat mijn HEBK'Jöktaktendezieh over mij verhoorde, bij gelegenheid van vs. »». bok

, TT.. .. , vertoornde zich

uwe muitzucht, zo dat Hij mij zwoer, dat jebovab over ik nimmer voet over den Jordaan zetten , j»» 'yv°^,d"'i1e: veel min in het gerust bezit van het erfland en Hij zwoer,

" .. , . dat ik over den

Kanaan komen zoude. 22. Daar ik dan in jordaan niet deze ftreek zal moeten fterven, en gij allen d°tu z™ her uitfrekend voorrecht hebben zult , om j^men to dat overtetrekken cn 't land te erven, 23. Zo welk jebovab,

, . ., .... 1 .. •- 1 i uw Elobim, u

oring ik nogmaals bij u aan , dat gij clocn ter L.rfnis ge_ zorg draagt, om de bevelen van Jehovah , vc"s*f;_ Want uwen Befcherm-God , op het zorg vul digfte ik zal in dit

. .. 1 u ,ancl fterven ,

naartekomen; vooral aat gij u van allen beelden- ik zal over den dienst, van welken aart ook, door uw H eer ^ZnTmaia^gi) u verboden, onthoudt. 24. Want de Heer zult 'er over

' ^ . gaan , en dat

uw Befcherm - God, is een gloed, wien mets goede land bewederftaat, een God, die ten uiterften jaloers c'^"23. Wacht „is omtrent zijne eer. 25. Nu dan, ingcvalle "jrbd0an\,gi\ha" het gebeurt, dat gij in het begeerlijke Ka- jebovab .uwen

.... , Elobim , t Wi Ik

naaii gezeten, cn met een talrijk kroost ge- u\ mei u gezegend, eenen grijzen ouderdom beleeft, en m'etktve!Tc;£' dat aij dan, deze verbintenis vergetende, tot dat gij u een

1 ■ ' ' gt ineden beeld

beeldendienst mogt overhellen, en dus moed- zoudt maken, willig daar door Zijne gramfehap mogt ont- d,an jff^wa't fteken; 26. Zo bedreig ik 11 bij de**-1*5"*» uw

Elobim u verboden heeft. vs. 24. Wint Jebovab, uw Elobim, Hii is een verteerend vuur, een iivcrig Elobim. 'vs. 25. Wanneer gi nu kinderen, en kindskinderen gewonnen zult hebben , en in het land £>üd geworden zult ziin, en u zult verderven; dat gii gef.edene beelden maak', de fcli ke- ' nis van eenig ding, en doet wat l-waa.1 is in de oogen van Jebovab, uwen Elobim, om 'hem tot toorn te verwekken, vs. 26. Zo roep ik den hemel,

dat Mus. iets gezegd heeft als hij ons tot de ovens der bergwerkers bepaalt; maar de overbrenging blijft mij te oneigen.

Q 4