Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sa SPREUK:EN

VS. 27. Als fcbriklien u onftnimig driigeii ,

En uw verderf als ecu ruk-vrïtÏA aangonst , Vervaardheid , ja angst u omzetten.

VS. 28. Die dan roepen zal, zvil iic niet boren,

Die mij dan emjiig zoeken, zal mij Biet vinden.

VS. 19. üaar zij de wetenfehap veragtten,

£» tevens allen eerbied voor jehovah verzaakten.

VS. 30. Ilie geen in/lemming met mijn raad hadden, Mijne vermaningen in den wind jloegen.

vs. 31. Daarom genieten zij de vrucht hunner handelwijze, En «e<«» zich zs» aan hunne W»r/£* beramingen.

VS. 32. De teruggang van den Jlegt-loofd dood iem , Der zotten gerustheid is tot zijn verderf.

niet vermeerderen, wanneer het dreigend gevaar, zó, zó, op uwe fchuldige hoofden zal uitberften. 27. Als de eene ziddering op de ander, u nog gansch ongewoon dan op den anderen volgen, en uw dood-gevaar als de famum fnel komt aangonzen; angst en doodzweet 11 eene blik op mij zal doen liaan , maar te laat. 2S. Op uwe vertwijfelende grimlach zal ik dan met Kreng dreigen antwoorden , het aanhoudend hopeloos klagen zal mij niet Vermurwen. 29. Alle middelen tot betere inzichten hebben zij gansch verzuimt, cu altans alle inteugelend gezag van den Godsdienst, anders het kragtigst werkend, gansch vertrapt. 30. Standvastig hadden zij op al mijn raden, en aandrang tot verbetering , geen gehoor gegeeven, en hoe fterker ik aandrong van wegens het gevaar, zo veel te fterker was hun veragtelijk fpotten. 31. Billijk plukken zij nu de vrugten van hun fchadelijk plantfoen, de onderfcheide gerechten, die hunne weelde zogt, vervullen hen nu tot ftikkens toe. 32. Het indenken in dat beftaan, doet den ligtzinnigen en te laatzienden eindelijk zijn dood eeten, zo wel als den ongevoeligcn, in zijn ruste, den dood in zijne leden (luipen. 33. Maar hij die naar mijne verma-

91, J2. De teruggang, M*S. drukt dit kort en kragtig uit, hij ziet wat |Üj lijn konde, wenscht het te zijn, maar wanhoopt het te worden.

Sluiten