Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

R E B E N E N van JESAÏAS. 353

hoogte gedegen, nimmer naar dien tijd weder afgenomen', maar dit heeft geftaag al verder en verder tot het verval van den Staat medegewerkt; Jesaïas heeft daar meermaaien het oog op, en welk goeds kan men van zulke Grooten vervvagten, als zij eenen koninglijken voorganger hebben, die zich met Kroon en Scepter noch niet voldaan zag, maar om meer invloed te bekomenj' ook naar de eerde waardigheid in 't godsdienftige dong , fchoon dit hem betwist wierd, en aan zijne heerschziigt, door de ongefteldheid van zijn lichaam voor, altoos beperking gefteld wierd. Zijn opvolger Jotham was een zeer werkdadig Vorst, onder wiens bewind het rijk yeele voordee-* len genoot; bijzonder heeft hij 't in den besten ftaat vatt tegenweer gebragt, zo wel door geoeffende legerbenden optericlnen als door het verfterken van fteden in gansch fftida; ongetwijfeld heeft die doorzichtige Vorst al voor-> zien , dat de Israëliërs door verbintenisfen met Sijriën gefterkt, het niet alleen noodzakelijk maakten zich daar Op toeteleggen, maar om die arméen zelfs talrijker te maken dan wel de evenredigheid van de groote des landseen krijgsmacht fcheen te eisfchen, — Hoe veel verdien-* ften hij daardoor bij zijne Vaderlanders moge gehad hebben, wierd nogtans zijn vlijt door zijnen opvolger Achaz zeer flegt beloond, daar hij een man was onder wien bijna alles te gronde ging, Hier moet ik mijnen lezeren ver-* fchoning verzoeken voor eene fout, welke bij de uitgave van het Vde Deel ingeflopen is op bladz. 16—21. waar de Letterzetter door de overeenkomst der namen Aciiab en 'Achaz tot den eerften eene uitvoerige aanmerking gebragt heeft, die tot den laatften behoort. Inderdaad zijn ook de beide Voiften in karakter zeer verfchillend, beiden wel minnaars van den afgodsdienst, maar de eerfte meer uit toegevenheid jegens zijne Gemalinne, dan wel uit fmaak; maar Achaz was uit ftaatkundige weelde, uit haat tegen al wat waarlijk godsdienVÏI. Deel. Z iüg

Sluiten