is toegevoegd aan uw favorieten.

De bybel vertaald, omschreeven en door aanmerkingen opgehelderd.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van JESAÏAS. IIoofdd. XIII. 445

ts. 5. Zij komen uit verre lande, van 'shemels einde, Jebovab zelfs met de werktuigen Zijner wrake , Om bet ganfche land te verwoesten.

vs. 6. Maalt vrij gefcbrei, Jehovahs dag naderd, De inval des Almacbtigen is met verwoesting,

vs. 7. Hierom zullen de handen flap hangen, En aller menfchen hart zal verfmelten.

vs. 8. Hoe verflagen zullen zij wezen, van fmart en angst aangegrepen? Zij /.uilen zldderen als in barens-roeeë», Met een verbleekt gelaat zullen zij malkanderen aanzien, Eu haa»t zal bun gezicht weder vuurrood wezen.

Jehovah, der legermachten Heer ! op de algemeene monftering, de laatfte bevelen geven. 5. De armée zal rasch op marsch zijn, men ziet van de hooge Perfifehe gebergten de benden al aanrukken, het is als of ze uit de wolken komen, — even of Jehovah met Zijne ontzettende vernevelingen te voorfchijn trad, om alles in de lage landen van Sinea te vernielen. 6. Babijloniers! gij moogt nu wel van alle kanten de waarfehuwende tekenen van eenen * gedreigden inval verhaasten , gij zijt niet bedrogen ; het is nu de tijd waarin jehovah wrake neemen zal; en de Almachtige zal niet voldaan zijn voor dat Zijn aanval de geheele vernieling bewerkt heeft. 7. Treurige toeftand waarin gij u bevind, en die 11 aireede weinig goeds voorfpeld! Gij zijt werkeloos, verflagen, en geen moed ter verdediging is bij iemand! 8. Op deze verrasfmg zal in de ftad de verflagenheid onbefchrijfelijk zijn; ijslijk toneel van pijnlijk gevoel! vreeslijke vervaardheid ! wringende aandoening als van vrouwe in hare zwaarfte pogingen ter verlosfmg, — doodelijk verfchrikt zal de eene burger den anderen te gemoet lopen ; op een oogenblik zal op het gezicht der verrasfende bende het bloed naar het gezicht

vs. 5. Schoon is de aanmerking van Mus. als van het Perfifehe gebergte in de vlakte van Babijlon de troepen aankwamen, was het als of zij uit den hemel daalde.

vs. 8. Dit is gewis bij gelegenheid van de verrasfing der ftad, door Xenophon zo meesterlijk befchreven.