is toegevoegd aan uw favorieten.

De bybel vertaald, omschreeven en door aanmerkingen opgehelderd.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

446" Het BOEK

VS. 9. Jebovnhs dag «adert grevzaam , verbolgen en blakende,

Üm het lanö in een woesternij te veranderen, En om de fnoodaards , die daar /» wonen , te verdelgen. VS. IO. De Herren des hemels zuilen donker worden, zelfs't glinjletendê gt*

De zun zal verduisterd worden in haar opkomen , fternte,

En de maan za' geen licht geven. TS. II. Ik zal het land om deszelfs boosheid jlrajjen ,

En den booswicht over zijn tijrannij;

Ik zal dc trol beid der Houten doen zwijgen,

En den euvelmoed der tijrannen ter neder flaan. vs. 12. Ik zal een foidaat duurder maken dan digt goud,

En een mensch als het kosbaarfie goud van Opbi<-.

Hijgen, 9. Ontzettende tijd, waarin Jehovah zich ©vef eene gehcele natie, die zo barbaarsch gehandeld heeft, wreken zal; welk eene ijslijkheid! welk eene verhitting ! welk eene woede onder den foldaat! de ganfche uitgeftrekte monarchij is in de uiterfte verwarring; binnen kort eene woestenij, en alle de wreedaards, die zo gerust waren, zijn in hunne diepfle fchuilhoeken aangevallen en vernield. 10. IJslijk tijdffip ! zonder de minne uitzichten, even als wen een vreeslijk onweder den hemel zo bewolkte, dat noch vaste fier, noch eenig gefternte, zelfs tegen den morgen zich vertoonde; — de zon, als verfchrikt, zal, als zij haar morgenrood m iest vertoonen , zich verbergen ; ja, geen flaauw fchijnzel van de maan zal dat kunnen verzagten. 11. Nu zal Ik, zegt Jehovah! 't gedrag dier monarchij, zo fnood, regtvaardig beftraffen, die grouwzame onderdrukking der geweldeuaaren zal Ik niet ongewroken laten; die ondragelijke wreedheid, in de geweldeuaaren zonder voorbeeld , zal in ontzettende verfiagenheid veranderen; op eens zal al de dartele en ondragelijke mishandeling in de fomberfie werkeloosheid vervallen. 12. Zo verwoestend zal 't gefield zijn, dat 'er naauwelijks weerbaare mannen in het land zullen te vinden zijn, en zelfs

vj. 10. Alle dc beelden Inreken, als wij ons een onweder in de nanagt of in den vroegen morgen voor den geest brengen.

vs. 12. Eigenlijk ftaat 'cr: fterveling; ik heb meerder vrijheid genomen, en meer in de vertaling op het oogmerk gezien.