Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van JEREMIA Hoofdd. III. 29.

woordigheid dit teken wel kunnen derven. vs- n- Maar

^ ..... , . , in dien tijci /.al

17. (Jm dit bijzonder toeverzicht, zal Jeru-m^jerufaiem, fakm de plaa s van Jehovahs bond-ark be-^""*' balkledende , zijn rustplaats genaamd worden ;le volkeren zui-

, a ' len tot baar toe-

tiet zal het heiligdom voor bijgelovige volke- vheijm; jebo-

ren worden; uit waren eerbied voor Jehooah hen'tot "jlrvfa-

zuilen zij haar bezoeken; de neigingen van 'e.m bre"Z'". i

' 00 zij zullen mee

hun hart tot afgoderij zal door hen nimmer- meer naar de

meer gekoesterd, veel minder opgevolgd wor- ^vf*kr"\ml

den. j8. Dan zal ook weder de zusterlijke h<"^'le"l 0p

genegenheid van de beide rijken van Juda *«» .'V<t *»»

en Isr, ël, zich herftellen; de Judeërs anders da die "a" h-

meer jaloers en onhandelbaar over hunne voor- 'ef Jg^Jjgj

regten in het godsdienftigc, zullen de andere vtrmigdna de „ , , noordclijkelan-

itammen opwekken tot de reize naar het Va- den , reizen

derland; verbonden in de belangen zullen zijl^Lvot y^.

uit het Asp.jrifche en Babiilonifche gebied zich rel\tot een erf-

, J J ° goed gegeeven.

naar het land, t welk hun voor eeuwen al onder hare (lamvaderen toegezegd was, andermaal begeven. 19 Meer heb Ik u toegedagt, j»^f u om u weder de gunltelingen en erfgenamen van rij- onJer fle zooken en landen temaken, eenen rang te bezorgen, éTutiét"/«J«ren daartoe eene uitgebreide fireek lauds bo- &!end 'erfven uwe erfportie uit andere landen toete-Portie van de

tallooze Heide-

voegen ; maar naderhand hierop indenkende be- rienen te bezorgeer Ik alvorens uwe plegtige erkentenis, dathébbe"aik"gégij in Mij den vveldoenenften Vader erkend,SS'! ,mi^s _,gij'

. * Mn als Vader

en niet weder u door onhandelbaarheid en erkent, en u niet

■ , -i A,.. ,. , weder van Mij

eigenzinnigheid van Mijnen dienst vervreemd, afwendt.

ao. Het kan niet verdonkerd worden dat uw iJ^d^an

ex, 19. Dit 19de vers is zo afgebroken gefield , dat ik niet ver af ben van de gedagte dat dit een later uitzicht heeft, en dat het Galilea der Heidenen, maar een onderpand is van het erfgoed, te wetende iubrengï«iJ der Heidenen, hen op een grondige hervorming toegezegd.

Sluiten