is toegevoegd aan uw favorieten.

De bybel vertaald, omschreeven en door aanmerkingen opgehelderd.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van JEREMI A. Hoofd d. XIV.

93

vs. 15. Hierom bedreigt hun Jebovab dit:

Die Profeetrn die Mijn naam gebruiken in het profeeteren , fchoon Ik .... ze niet zond,

ai zeggen zij: daar zal geen zwaard noch honger in dit land zich r*i' 1 ,• ™ vertoneni

Zij zeiven, die Profeeten, zullen doorzwaardenhongerw/W;«.K.

vs. 16. En het volk tot wien zij voorzeggende fprak en zal op JerufalemjWruea. t-, i_ vertrapt liggen',

Door honger en zwaard; niemand zal aan begraven denken, Van hun, van hunne vrouwen, hunne zoonen en dochteren; Zo zal hunne fr.oodbeid over hen uitgeftort worden.

vs. 17. Hierom moet gij hen dit aanzeggen:

Mime oogen zullen door tranen bij dag en nacht aanhoudend neerJX- leugdige maagd mijner natie is gefebonden; sedrukt zijn ;

Zij heelt een diepe wond en eene pijnelijke ziekte bekomen.

vs. 18. Zo ik mij naar het veld begeef daar vind ik de gedooden door het i.11 bezoe k ik de ftad daar vind ik deftervenden van honger; zwaard ; ja de Frolceten e:i Priesters zwerven door het land radeloos om.

bedreigd Jehovah die bedriegers naar verdiende te zullen ilrailen; — zij zullen de eerlle zijn die, onder de rampen, welke Ik bedreigd hebbe, zullen omkomen. 16. Eene natie die beter had kunnen weten zal dan ook niet verfchoond worden; zij zullen als de openbaare getuigen van zinnelooze ligtgeloovigheid op Jerufalems ftraten, door honger uitgemergeld, of dodelijk gekwetst, mtgeftrekt liggen; geen naastbeltaanden zullen 'er zijn die hen de laatlte plicht kunnen bewijzen, want zij zullen in dezelve toeftand allen wezen; zo zullen zij de regtmatige gevolgen van hunne on-

verfchilligheid ondervinden; Ik gebiede u daarom de

volgende bedreiging te doen; fteld ze klagend voor, om hen ware het mogelijk te overtuigen.

17. Van dit ftond af wil ik onophoudelijk het aanflaande lot mijner natie betreuren; ja, ik zal' mij door niets laten troosten, want de waare vrijheid, die maagdom van een volk, is door geweld geroofd ; dus is geen herftel te hopen; daarbij heeft ze nog een diepe wond, ja zelfs de heviglle pijnen inwendig. 18. Wil ik de akelig¬

er. 17. Ik geloof dat Dathf.'s aanmerking grond heeft , dat hier niet op de Babijlenifche oorlog, maar op de ranipfpoedige veldtogt van Josia liet oog is.