Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

536 ALDERSON.

ZESDE TOONEEL.

eduard, de voorigen.

eduard, de laat/te ■woorden hoorende.

Niets mijne lieve charlotte! Niets ter waereld! (Haar met vuur omhelzende.) 6 Mijne charlotte! Tedergeliefde vrouw! Zo ik al eens mijn leven gering achte, dan zoude ik het echter voor u trachten te behouden ! Ja lieve charlotte! om uwentwille zal het mij dierbaar zijn; ik zal bet zorgvuldig fpaaren, ieder gevaar ontwijken, waartoe pligt en eer mij niet noodzaaklijk roepen ! Daar ilaapt het dierbaare onderpand onzer liefde, hetwelk ons voor eeuwig vereenigt; zij zal u, in mijne afwezendbeid, troosten, en in •weinige dagen , misfehien reeds morgen getuigen onzer nieuwe vereeniging zijn !

charlotte.

E d u a r d 1 Beste , dierbaare man ! Ik weet niet of ik uwe liefde, dan uwe ftandvastigheid bewonderen zal! Maar in dit tijdftip gevoel ik te veel, dat ik flechts eene vrouw, een zwak wezen . ben, die u wel in liefde niets toegeef, maar met alle mijne poogingen mij niet boven het gevaar verheffen kan. Vrees en verbeelding houden mij onophoudelijk beezig; nu eens zie ik u kampen in het midden van duizenden vijandelijke zwaarden, dan zie ik u in uw bloed wentelen , en dan weder klinkt 'er een vreesfelijk gekerm in mijne ooren, hetwelk mij uwen dood aankondigt; dit zijn verfchijnfelen, welke kommer en angst mij voor den geest brengen, de reden zegt mij dit, maar ik ben niet in ftaat dczelven van mij te verwijderen.

e d u*

Sluiten