Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIERDE B E D R IJ F.

237

eduard.

Gij zoud mij moedeloos maaken, charlotte, indien ik in den oorlog een nieuweling was! Vergeef het mij, dat ik dit treurig onderhoud afbrceke! Ik moet u nog berichten, dat mijn oom, Mijlord kendale, uw verblijf weer. Hij zal, om gegronde redenen, zich wel niet openlijk voor uwen befcherrner verklaaren, maar in 't geheim des te levendiger belang in u ftellen, en zodra mooglijk naar Londen koomen, om u te bezoeken. Hij zal u in alle uwe behoeften onderfteunen , u mijne brieven overhandigen en alles in het werk ftellen, om u, geduurende mijne korte afwezigheid , optebeuren.

charlotte.

Die goedhartige man! ó hoe welkoom zal hij mij zijn!

eduard.

Hij zal nog heden, of ten laatften morgen, te London aankomen; hij wil naar het Hof gaan, om den Koning onze verbindtenis te ontdekken, en hem tevens van het voorval op Alderfon kennis te geeven. Maar, Mistrisf! tot mijne terug komst moet alles een diep geheim blijven; ook moet niemand, zelfs uw vertrouwdfte vrienden niet weeten, wie mijne charlotte eigenlijk is. Welligt kon Lord alderson, door de eene of andere ouvoorzigtigheid, haar verblijf ontdekken, en haar door list of geweld mij weder ontrukken.

Mistrisf larfield.

Stel u gerust, Mijlord! Uwe gemalin zal hier zo onbekend blijven, als in een klooster. Voor de ftilzwijgenheid mijner bedienden, blijf ik borg,

en

Sluiten