Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MENGELDICHTEN. 334

DANKBETUIGING,

AEN DEN HEER

BAREND FREMERIJ,

voor deszelfs

AFBEELDING,

aen het

GENOOTSCHAP

GESCHONKEN.

Heb dank voor dit gefchenk; — kon 't immer ons behagen, Bekwame F r e m e r ij ! dan is 't op dezen Hond,,

Nu gij' niet Hechts uw Beeld, maer hart, ons op wilt dragen, Dat bijna van de wieg zich aen de kunst verbond,

Q 2 Wij

Sluiten