Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

t AFDEELING. 19

dan ten minften, niet net het zelfde als de pop.

P Wel Mama; — Broertje kan tog ten minften zyne hand opligten, en wyzen; — zoo groot zal 't kindje voorden', — en dat kan de pop immers niet doen.

M. Zeer wel; Broertje is derhalven ook

iets anders dan de pop. MaarPauiine,

hoe weet je nu, dat broertje dat alles kan doen?

P. Wel, lieve Mama! ik heb het immers zoo dikwilsgeziÊW.

M. Waar hei» je dat meegezien Pauline?

P, Wel met myne oogen, Mama!

M, Regtzoo. Maar zo je nu geene oogen bad, zou je het dan wel kunnen zienf

P. Neen Mama.

M. En zou je dan wel weeten kunnen, of broertje dat kon doen of niet?

P. Neen Mama, dat zou ik dan niet kunnen weeten.

ld. En zou je wel ergens van weeten kunkun, zo je geene oogen had? Zou je dan, by voorbeeld, wel kunnen weeten , wat 'ei rondom je omgaat.

P, Neen Mama, dat geloof ik niet; hMÜ dan zou ik weezen, net zoo als 's cagts.,

wan-

Sluiten