Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

PRIJSVERZEN. 25

Het fchijnvermaek zet u in brand, Gij ziet het vuur der driften blaken:

Dat vuur verpest uw ingewand, En doet u helfchc lasters braken! De trotschhcid brengt uw rampen voort, Bedrog, geveinsdheid, wrack en moord, Als godheên, in uw ziel, ten Glorictroon' gezeten, Beheerfchen u geheel, alleen; Gij vergt hen gunden af, in bange tegenheên, En dan — dan wordt uw hart, op nieuw, vanééngeréten!

De weereld is een rampwoestijn, Waer tijgers voor elkander vreezen!

En _ God! zij zou een Eden zijn, Was ieder mensch 't geen hij kon wezen! Wij, immers, zijn door U geteeld! Gij hebt de vonken van Uw beeld In onze borst gefprcid, om die, voor U, te ontgloeijen: Moest dan hcur zagte koestering — De daeuw van Uwe gunst, in ieder' fterveling De malfchc roos der deugd niet weelderig doen bloeijen!

B 5 o

Sluiten