Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TOTESTHER. 35

de Vorst deze twee gefnedenen liet onder- Hoofafi.

XII

vragen, en de zaak beleden hebbende, werden zij opgehangen. — Dit voorval fchreef 4* de Koning in zijn gedenkboek op, ook heeft mardocheus van deze gebeurenisfen gefchreven. Tevens möest mardocheus, op 'sKo- 5nings bevel, ten Hove dienen, en de Koning befchonk hem, wegens deze ontdekking,, met gefchenken. — Maar haman, de zoon van hammedatija, de Bugeër, die thans bij den Koning in aanzien ftondt, zocht, om den Wil van deze twee gefnedenen, mardocheus eh zijn volk te beledigen.

ïïi AANHANGZEt.

Affchrift van den Bevelbrief'van artaxerxes, aan de Landvoogden, om de Jooden , op èènen bepaalden dag, om te brengen'.

{Twfchen esther III. 14* en 15. — In de gewone vertaling Hoofdil;. XIII. 1-7.

Dit is het affchrift van dezen Brief: Hoofdft;

„ Dus fchrijft de groote Koning artaxer- ^\ ±es aan de Stadhouders der 127 Landfchsppen van Indië tot aan Ethiopië, en aan de onderhorige Landvoogden: Over vele volken 2heerfchende, en gebied voerende over de geheele wereld, heb ik mij nooit, trots op mijne magt, willen verheffen, maar, altijd C 2 met

Sluiten