Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

over I. makkab. XIII. 34' 3& a4r

diger, hoewel, in het eerfte begin, uit wanhoop, veel dapperer." michaclis.

vs. 34. Aan demetrius.1 Die thans in de oostelijke gewesten van zijn rijk zich bevoudt, over den Eufraat, alwaar hij, tegen de Parthen, oorloogde, en in 't eerst eenige veldflag 11 won. Zie de Aanmerking op hoofdst. XH. *4«

Vrijdom] Dit kan zijn, vergeving, omdat zij het met zijnen mededinger antiöchls hadden gehouden, en hier op zal het antwoord van demetrius flaan, vs. 39. Maar het kan ook zijn, vrijdom van belastingen. Dan zal de mening m : de Jooden willen den rechtmatigen Koning erkennen, indien zij flechts geene fchattingen behoeven te betalen. In de omftandigheden, waar in demetrius zich bevondt, toen geheele gewesten ven hem waren afgevallen, en, bij de tegenwoordige dapperheid en magt der Jooden, was dit niet af te flaan.

vs. 36. Den Hoogenpriester] Dit ambt hadt simon, volgends den wil des Joodfchen volks, aanvaard, na zijns broeders dood.

Vriend der Koningen] ,, Misfehien zal het mee*vouwige, Koningen, zeggen, dat deze waardigheid ook op de Opvolgers in het Rijk betrekking heeft, en hij de waardigheid van eenen vriend,in het toekomende, onder alle regeringen, zou hebben. — Dit verdient ook aangemerkt te worden, dat demetrius , hier, aan simon niet den naam van broeder geeft, dien hoofdst. XI. 30. jonathan van hem gekregen hadt. Het één en ander in den Brief is ook meer, volgends de Koninglijke waardigheid, gefteld, b. v.

de

Sluiten