Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 359 )

dag was een der fchoonften die ik immer beleefde. Bij de poort koomende ormidlijk voor wij Parijs binnen reden , ftondt 'er eene wagen dwarsch over den weg , die ons rijtuig belette om voort te koomen: de Koetfier wisfelde eenige woorden, met den voerman, die bezig was te drinken met eenige Sanculottes. Hij fcheen geheel geen haast te maaken om zijnen wagen uit den weg te ruimen, in weerwille van het herhaald verzoek van onzen Koetfier , die naa een weinig woordenwisieln gs zijn geduld zoo ver verloor dat hij gebruik maakte van het woord canaille, 't welke zoo ariftocratisch klonk, dat het mij deedt fchiikken. Ik beftrafte oogenbliklijk den Koetfier; 't welke de toehoorders zoo zeer frnaakte, dat zij den wagen uit den weg ruimden en wij ongemoeid binnen Parijs reeden. 'k Maakte mij te meer ongerust over de gemelde uitdrukking uit hoofde van een tooneel waar van ik ooggetuige geweest was in de gallerij van de Nationaale Vergadering. Iemand als een Edel .

Aas man

Sluiten