Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GESCHIEDENIS. 23?

Tot nu toe zegepraalden de Ministers volkomen. De zaak en de perfoon van een hunner voornaamfte tegenparty waren veroordeeld. Zy hadden zelfs voor de volgende tyden, een ieder beroofd van het voorrecht, het welk men nog onlangs als een veilige befcherming der Schryvers tegen de zogenaamde Oppofitie-party had befchouwd. Doch nu kwam de beurt van aangevallen te worden ook aan hen, en wel over een Huk, waarin zy niet geheel zuiver waren en zich derhalven ook niet, dan met veel moeite verdeedigen konden.

Aangaande de meeste voonge vraagen waren de gevoelens van beide partyën niet zeer verdeeld. Doch by de vraag over de rechtmaatigheid der bevelen ter gevangenneeming, waarvan men zich by de vervolging van een eenpaarig veroordeelden kwaaddoener bediend had , was het geval geheel anders. De Oppofitieparty kon by de (tappen, die zy gedaan, en by de opfchudding, die zy gemaakt had, hier niet toegeeven noch met fatfoen van de zaak afzien. Men floeg derhalven het befluit voor: „ dat een alge„ meen bevél, om den Schryver, Druk„ ker en Uitgeever van een oproer-ade„ mend gefchrift als mede hunne papie„ ren te bemagtigen, niet in de wetten „ gegrond was."

Na veele hevige debatten wist eindelyk de party der Ministers eene verbetering van het befluit te bewerken, daarin be-

Haam

III.

Iydperk.

Onderzoek der wettigheid van algemèene bevelen ter gevangenneeming.

Den 14de van Sprokkelmaand.

Uitftel van de uitfpraak,door de

Sluiten