is toegevoegd aan uw favorieten.

Het leven des geloofs van eenen christen [...]. Voorgesteld in eenige leerredenen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

J O H. XX:

97

in, dat Thomas gemoed, daardoor, ten diepften, met fchaamte, zelfverfoeijing én berouw moest worden aangedaan.

Hij doet, eerst, zeekere vergunning aan Thomas , welke , ten naauwkeurigften, beantwoordde aan den eisch, dien Thomas gedaan had. Dan voegt Jefus 'er zeekere vermaaning en bevel bij, overeenkoomftig het beltaan van deezen Discipel, en het geene nu gebeurde. — De vergunning van den Heere Jefus, gefchiedt in deeze woorden: brengt uwen niger hier — Gij ziet, hierin, één' duidelijken terugflag op Thomas gezegde vs. 35. — Iiene vergunning , derhalven, waaruit wij, bij vooronderfteiling, zien, dat de Heere Jefus, na zijne opftanding, hetzelfde lighaam had, het geen Hij , bij de dood, heeft afgelegd, en dat dit lighaam, na zijne opftandinge, nog de teekenen en bewijzen der kruiliging, zoo leevendig vertoonde, dat 'er geene bedenking op dit ftuk overblijven konde ; nademaal, niet alleen de handen en voeten, maar ook de zijde, duidelijk de doorfteeking van Christus, met eene fpeer, aanwees. — 't Is zeeker ongerijmd, dat de Roomschgezinden hieruit afleiden, dat de Martelaars teekenen, in hun lighaam, zullen hebben, waaruit blijken zal, wat zij, voor Jefus naam en zaak, hebben geleeden. Ook weet ik niet, of men gronds genoeg hebbe, om uit deeze gebeurtenis te befluiten, dat ook deeze teeltenen, in het verheerlijkt lighaam des Heilands, in den hemel, gevonden worden; fchoon ik eenter dit, niet volftrekt zoude willen tee* genfpreeken.

Het geen, hier ontrend, voor en teegen , Q kan