is toegevoegd aan uw favorieten.

Het leven des geloofs van eenen christen [...]. Voorgesteld in eenige leerredenen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

p8 DERDE LEERREDE, over

kan gezegd worden, zou mij te lang ophouden ; des merke ik 2.) aan, dat, in 's Heilands zeggen, een onloogchenbaare blijk van zijne Godheid en alwetendheid te befpeuren zij, aangemerkt, de Zaligmaaker eene volmaakte kennis had van de woorden van Thomas, zonder dat hem zulks door iemand gezegd of openbaar gemaakt was.

Eindelijk merk ik op, dat, fchoort veele Uitleggers dit zeggen, als een volftrekt bevel van den Heiland begrijpen, wij voor ons echter, het liever voor eene laage nederbuiging van Christus, en dus meer, voor eene vrijvergunning; dan wel, voor een daadelijk bevel aanzien, zoo nogthands, dat het teffens een bevel in zich begreep, bij aldien Thomas, op die vrij ver gunning, nog niet overreed ware, ten zij hij, daadelijk, met zijne handen, het lighaam van Jefus hadde aangeraakt.

Tot die gedagte leidt ons, dunkt mij, allernaatst, de bijgevoegde vermaaning: en zijt niet engeloovtg, maar ge/oovig.

In dit zeggen van 's weerelds Heiland ligt eene zagte, ingewikkelde, berisping van Thomas ongeloof: en, inderdaad, hier over was hij zeer berispenswaardig, gelijk wij, in het voorige, reeds hebben gezien. Ik ben ook, van harten, eensgevoelende met hun, die oordeelen, dat Jefus, bij het uitfpreken van deeze woorden, kracht van zich hebbe doen uitgaan, waardoor Thomas harte, dermaaten, geraakt en getroffen wierd, dat de fchillen van verduistering, van zijne oogen als afvielen, de wolken van ongeloof opklaarden en zijn geheele hart, van ongeloovig, geloovig gemaakt wierd;

en,