Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

53o ZESDE LEERREDE, over

„ der Apostelen en Propheeten?" Waarlijk! dit doende , zouden wij ras de kennelijke zwakheid van veele dwaalbegrippen ontdekken; en, deden wij het, al biddende, onder afhanging van Gods licht en genade, wij zouden gewaar worden, dat die Geest, die de Ingever is des woords, ons ook gctrouwlijk leiden zoude, in de waarheid; wij zouden in dezelve vaster en gefondeerder worden , en , de volkoomene zekerheid onzer gezegende Hervormde Leer, hoe langer zoo klaarder, leeren inzien, en daar van, op eene redelijke wijze, fteeds meer en meer, overtuigd worden.

Ik kan geenszins voorbijgaan, bij eene geleegenheid, zoo gefchikt, als deeze, mijne innige droefheid en fmarte te betuigen, over den weinigen eerbied, die Gods wroord, in het gemeen, en voor al de gewijde rolle der Propheeten, in onze dagen, betoond wordt. Petrus beroept zich, op de fchriften, die, in zijnen tijd, voor handen waren; Petrus vooronderftelde derhalve , dat die boeleert ten gebruike gegeven waren, en wel bijzonderlijk, om ons menfehen, daar uit, te leeren kennen, welke de rechte wég der zaligheid zij in Jefus Christus. Hij geeft gevolglijk te verftaan, dat die fchriften naarftig onderzogt moesten worden, en dat zij, die zulks behoorlijk doen, daar. uit de zuivere genadeleer duidelijk kunnen leeren. - Maar, zie ik op het gebruik , dat men 'er, heden ten dage, van ' maakt ? dat; is waarlijk allerbehaaglijkst! De een heeft de ftoutheid, om alles, wat hem niet aanftaat, of, Hechts ongemerkt voorbij te •gaan, of zelfs, (O! heiligfchendende vermeetel-

Sluiten