Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

over Adams• val. 2*7

De befchouwing van dezen boom kon Adam en zijn' nakomelingfchap leeren: i) dat de gehoorzaamheid aan God altoos góeden zeer voordeelig was, daar in tegendeel de ongehoorzaamheid kwaad smeer verderfiijk was. . Met opzigt tot 't gebruik zouden zij ondervinden, wat groot een goed zij milten, en wat al kwaden zij onderworpen wierden.

436) Waarom verbood God hen dezen boom? L. Daar door konden zij leeren: 1) Dat fchoo!l God hen de heerfchappij over de aardfche fchepzelen had afgedaan, zij door't verbod erkennen moeften aan hun Opperheer onderworpen te zijn: 2) Dat zij de volmaaking van hun geluk niet in de fchepzelen buiten den wil van God te zoeken hadden: 3) Leerde hen de onthouding van dezen boom 't groote onderfcheid tusfchen den ftaat van beproeving en eenen beveiligden ftaat, door den eerden moeiten zij tot den tweeden

°2375 J- Moet men de gefchiedenis van den val, zoals zij voorkomt Gen. 3. zo eigenlijk opvatten, of zou 't niet beter zijn om zwarigheden te ontgaan, te dellen,datMozes naar den ftijl der Ooderlingen eene verbloemde of zinnebeeldige wijze van fpreeken gebruikt ? L. Er zijn onder Jooden en Chriftenen geweeft, (V)

die

U) Onder de joden kan men tellen Abarbtnd en PhUo; onder

P 4

Sluiten