is toegevoegd aan uw favorieten.

De dwinglandij, eene vorstlijke roman.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I

( ï°5 )

Dan, Moeder! zal Arcanio die geene niet meer kennen, waaraan de Natuur hem ten naauwften verbond, doch die zelve die banden van ééngereeten heeft! dan zal

loutere Wraak, loutere Woede mij bezielen 1 dan zal ik alle mijne kragten verzamelen; de hevigfte wanhoop te hulp roepen; en met \ den blikfem der grimmige Goden gewapend

mij voor u vertoonen! Dan zult gij

Arcanio zien, maar voor het■ laatst, —'

want, na hem, zult gij niemand meer aan-

fchouwen! Op het lijk van Loizetta,

ten aanzien van Quequébo, zal ik de Natuur, zal ik het Volk, zal ik Loizetta, zal ik de Liefde, de Onfchuld en mij zelve wreeken !• -— dit is de aanblaazing der Goden! — dit is het onveranderlijk befluit zo wel van

den Hemel als van uwen Zoon! Toen

ik dit- voórneemen vormde rolde er een zagte* donder boven mijn hoofd, die den kours

naar uw Hof rigtede! , een zwarte wolk

hing boven uw Paleis en een dikke nevel bedekte Quequébo, ten bewijze van de hooge Goedkeuring der rechtvaardige en beleedigde Hemelmagten.

' Kies nu, Claurettat kies mih Met

écnen flag kunt gij mij, u zelve, Loizetta O 5 en