Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

S8 de gelukzaligheid

beter waereld in zulker voege gedagtig te zijn , dat wij ons niet vernederen tot iets *t geen Jaag is, noch ons beimetten met hetgeen onrein is, noch ons laaten verwarren door 't geen ons in een link tragt te vangen , in deezen tegenwoordigen ilaat der waereld. Laaten noch haare voordeden ons verheffen, noch haare te leurflellingen ons ter rederflaan ; maar laaten wij, met een gelijkmoedigen geest, met een gemoed met de onfterflijkbeid ingenomen, door alle de wisfelvalligheden deezes fterflijken leevens doorgaan.

Eindelijk, laaten de ontdekkingen van eene toekoomende gelukzaligheid ons de gepaste gevoelens van dankbaarheid aan God en Christus inboezemen: aan den eeuwigen Vader, welke oorfpronklijk zulke vergeldingen voor de regtvaardigen heeft weggeleid; en aan den Zoon, die werkzaam is in de hooge waardigheid van uitdeeler der Godlijke bermhartigheden , en van den grooten herfteller van het gevallen geflagt der menfchen. Wanneer wij inzonderheid God naderen door plegtige Godsdienstverrigtingen, gelijk die van deezen dag, laat dan de dankbaarheid leevendig en vuurig in ons hart zijn. De vermelding van den Dood des ZaILrrwakers is zeer gefchikt om de aandoeningen van tederheid en liefde te verwekken. Zij fielt ons, in één opflag, voor oogen alle de ver-

plig.

Sluiten