Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C *7 )

OP DE

DERTIENDE

AFBEELDING

VERBEELDENDE

EEN VERNOEGT BOERTJE ZITTENDE IN GEDAGTEN.

W^jl hier Kootneus grijnst en lacht, Is 't net of hij overdagt, Wat hij, op de kermis dêe, Toen hij laastmaal was in ftêe, En mooi Trijntje dantte en fprong, Klapperman van zeev'nen zong; Of hoe dronke Jaep den Boer Rolde al dansfend op de vloer; Of, hoe Krijn weer om een hoek Aan zijn Maai gaf zoete koek. Wat hij dagt, dat fta te raan? Maar, hij fchijnt zoo aangedaan, Dat de pijp van dezen kwant, Ligt zijn wambuis fteekt in brand, En 't comfoor hem wis ontrolt Zoo hij langer fuizebolt. Dan 't genoegen is het al, IJder mensen heeft tog zijn mal.

B

O P

Sluiten