Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VOORAFGAANDE ZAAMENSPRAAK.

HOOFT en WAGENAAR,

Nederlandfche Gefchied- Schryveren; en de twee yoornaamjle nationnaalen; die de algemeens Viderlandfche Hiftorie in de Nederlandfche Spraak breedvoerig gefchreven hebben.

HOOFT.

Ha! zyt gy daar, myn waarde Landsman, zyt gy dan ook aangeland in het wyd uitgeftrekt Ryk der Dooden! in welken ftaat hebt gy ons lieve Vaderland gelaatcn?

WAGENAAR.

Och! myn Vader, op den oever mogelyk van te vallen in de hardde flaverny! Ach! wat grooten dienst zoud gy my gedaan hebben, indien gy de groote Vaderlandfche Hiftorie verder had vervolgd; zoo lang ikUtot Leidsman heb gehad,ben ik niet afgedwaald, maar zo dra had ik geene gelegenheid meer, in uw werk te putten,om het myne te verryken.of ik ging, als by den tast, gelyk een mensch, die naauwlyks eenige kleine licht ftraaltjes, die een befloten vertrek indringen, kan onderfcheiden!

HOOFT.

Hebt gy niet gezondigt in Uwe groote Hiftorie, A 4 ala

Sluiten