Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

'*2 R E ï z E

VIERDE BRIEF.

Jacmel, op 't eiland St. Domingo, Oct ijW.

Zedert agt dagen bevind ik mij aan den wal, en waarlijk ik had geen ongelijk niet fterk naa onze aankomst te verlangen. Welk een land! welke zeden! welke...! maar dewijl ik niet jong genoeg meer ben om mij zonder wederftand door den eerften indruk te laten overmeesteren, heb ik voorgenomen een partij te kiezen, welke ik voor de wijste houde, naamlijk, om, volgens de uitdrukking van Montagne, het fcherpe der Vreemdigheid te laten verftompen, ten einde door den proeftijd van eenige maanden ftilzwijgén en opmerking, het oordeel over de menfehe'n, de zeden en het land te laten rijpen.

Zoo ik hoop, wil ik, indien 't mooglijk zij, twee voorname klippen vermijden, op welke do meeste reizigers fchipbreuk lijden, namelijk hec ©verdrevene en het onbedagte. Ik zal derhalven niet gelijk zij, die van een gedeelte over hec geheele oordeelen, vermetel het karakter van een volk opmaken naar de trekken van eenige weinige lieden, noch den mensch affchildercn naar het voorkomen van eenen enkelen perfoon, en vastftellen dat alle de vrouwen van Rame

na-

Sluiten