Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

naa St. DOMINGO. 31

gij Goden geweest. Te vergeefsch hoopt gij, dat de tijd die misdaad zal wisfchen uit hec geheugen der menfehen; 'er beftaac aan dezen oever een gedenkteken, welks naam met zijnen ftroom vermengd, voor eeuwig uwe gruwelen aan de nakomelingfchap zal herinneren (y).

Zoodanig, mijn Heer, waren de eerfte gedagcen, welke mij op hec gezicht van St. Z)o-> mingo ingeboezemd werden. Ik hoop niet dat gij dezelven zult verwarren, mee de uitroeping gen van een gekunfteld enthufiasmus. De vraag of men het ontdekken van Amerika- moet befchouwen als iet dat ten voor- of nadeele van Europa ftrekt, is nog niet beflischr.; maar de vraag, welken invloed die ontdekking op hec geluk der bewooners van dac gedeelte der nieuwe wereld gehad heeft, is maar al te wel beflischr, door de daad: zij beftaan niet meer (V).

De oude de waare naam van St. Domingo, is niet zeer wel bekend. 'Francois Corea-1 zege: dac de natuurlijke inboorlingen het noemden Ouisqueia, Haïti, Cipanga (V). Mis-

fchien

(y) De Moordenaans, rivier.

(z) Zie Bedenkingen over de kolonie tan St. Domingo, eerfte Deel ft Hoofd/luk. Een enkele Cafique zette zich ter neder iri 't noordoosten van St. Domingo, waar hij vierduizend zijner landslieden bij een bragt, die hij regeerde onder den tijtel van Coflqne van liet eiland Haïti, zonder andere afhanglijl-heid, dan dat men zicli van zijn vonnis kon beroepen op de ktmingïijke audiëntie. Doch in 171Ü beftond die koionie enkel in tagtig of vier - en - tagüg perfoonen van beiderlei gedacht.

00 Reisverhalen, enz. I Deel, 1 Heofdft,.

Sluiten