Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

486 j. harger antwoord

veel, moch onryp ooft gebruike, zich zorgvuldig myde, voor alle losbandigheid; dat het water van de wal, niet voor zonnen opgang worde gehaald; dat men 'er niet te lang vertoeft, en zorgt, om met irhuit of boot, voor den middag, weeder aan boord te zyn; dat men deeze maats, een genoegfaame hoeveelheid genever op knoflook, of andere bittere kruiden medegeeve, om 'er een taamelyk gebruik van te maaken (i).

Als men dusdaanige voorbehoeding in agt neemt, zal de ondervinding flaaven, dat juist niet het water noch de ververfching, op Stl Jago ingenoomen, maar wel de daar heerfchende befmette lucht, gepaard met de ongebondene en ruuwe leevenswys, der gemelde Boots- en Schuits-gezellen, de voornaamfte bronnen der ziekten zyn geweest, op die Schepen, welke, met gezond Volk, aldaar gekoomen, en met zieken van daar vertrokken zyn.

VII. Het is genoegfaam een iegelyk bekend, dat men, op de O. I. Compagnies, en andere groote Zeefchepcn, zo by dag als by nacht, de

wacht

(0 VlUfwgsch Genwfchap 6 deel, bl. 217,

Sluiten