Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

468 J. DE PÜYT, BERICHT VAN

blyken zal, nog een aanmerkelyk gebrek aan zachte deelen: — want geene achterherfens werden gevonden; noch ook voorherfens, die anderszins in een kind, naar mate van deszelis grootte, zoo zeer aanmerkelyk zyn: — ten ware men het voorfchreven gezwel zelve, het gene de plaats der herfenen befloeg, als een ontaard herfengeftel befchouwen wilde, gelyk my waarfchynlyk voorkomt; ofichoon het dan nog maar voor een zeer klein gedeelte van hetzelve zoude kunnen gehouden worden.

By verder onderzoek en befchouwing van het wonderlyke beengeftel van het hoofd, bevonden wy: dat het geheele voorhoofdsbeen (os frontis) ontbrak; mitsgaders de geheele wandbeenderen (osfa parietalia) ; en het fchubswyze deel van de flaapbeenderen (osfa temporum) ; alsmede het opperde gedeelte van het achterhoofdsbeen (os occipitis); .zoodat daar niets overig was, dan eene .vaste dikke beenplaat, zonder holligheid, die men voor de bafis van het cranium kan houden, gemaakt door het benedenfte deel van het achterhoofds:been, het fteenachtige deel van de flaapbeenderen, het wiggebeen, en het

Ja «

Sluiten