Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 6 )

Hoord Neêrlands Volkhoord, of flaapt gy nog te vast,

Dat gy nog niet en voelt den zwaare druk en last?

Wel komt bedenkt het eens hoe God u komt verichoonen,

En dat hy u als nog zyn liefde wil betoonen ;

Hy kwam het Slagt-Zwaard eerst wel tegen u te wetten,

Maar gaat het zeiven nu op uwen Vyand zetten;

Maar hoe moet nog meenig Koopman klaagen in dezen tyd,

En ook den Fabrikeur die 'is in ftaagen ftryd ?

En moet een Ambagtsman niet over de Schaarsheid klaagen,

En den Armen die niet heeft als aan de deur te vraagen ? ,

De tyd is by na zoo naar als over hondert twintig Jaar,

Doen Neerland wierd geperst met allerhand' gevaar!

Zoo beftraft hy in de liefde als nog ons Neederlandt,

En hy kaftyd het Volk rontom aan alle kant:

Ach dat een yder mogt uit zyn beftraffing leere,

En dat hy in dees tyd hem wenden tot den Heere,

Ik vraag aan wie het is , of de Heere niet komt kloppen,

Die maar opmerkend is en zyn ooren niet gaat floppen,

Gelyk een Adder doet voor die, die hem bezweerd,

Op dat 'er niemand hem in zyne boosheid deerd ?

Wel komt dan wie het zy en durft gy dit beftaan,

Om altyd in den Kryg met uw Kooning te gaan;

Als uwen Kooning klopt en roept kom doet myn open,

Zult gy hem dan bedroeft weer heene laaten loopen!

Gy hebt alles van hem al wat diend tot uw leeven,

Den eerften adem zelfs die heeft hy u gegeeven,

Hy heeft u door zyn kragt gerteld al op de Aardt,

En nu veel Jaaren tyds door zyn goedheid bewaardt,

Ik roep tot oud en jong, tot elk die 't kan verftaan,

Ach! ach! als den Koning klopt laat hem niet heene gaan!

Hy roept en noodig flaag dat elk tot hem mag koomen ,

Zonder geld of prys niemand hoeft hem te fchroomen,

Word gy niet uitgelokt en durft gy het beftaan ?

Hy roept komt maaF tot myn al is u hert belaan,

Ach! 't is een kleinen tyd dat gy u kunt verblyden,

En in u zondig doen tegen u Kooning ftryden,

Sluiten