Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 33 3

genoegen niet verdwijnen zal, bet zij dan* door anderer boosaartige poogingen tot ons verderf, het zij, door eigen verveeling en walg, of vermoeijenis van ons vermaak, het zij, door berouw en kwelling over voorde genieting, of eindelijk door eenige fmart, die ons voorig genoegen uitwischtV Ja, zeker! als 'er waar geluk door een menych genoten zal worden, dan zal hij bevrijd moeten zijn van alle vrees en bekommering, dat zijn geluk haast geëindigd zal wezen, en door droefheid en ongeluk zal opgevolgd worden: anders vergalt en bederft dit fomber vooruitgezicht alle genoegen. m Wel, wie kan dan ooit gelukkig wezen V" dit hoor ik, dunkt mii, menig een' Lezer uitroepen. Maar, waarom niet, Vrienden ? Welligt zegt gij: „ Wie kan vooruit ,, weeten, wat 'er gebeuren zal? Vreugd is ,> dikwerf 't begin van fmarr. Zal iemand „ dan niet gelukkig zijn , die niet vooruit „ weet, dat hij gelukkig zal blijven? Wel — ., dan kan niemand gelukkig zijn." — Laat ons, eer wij dit nader bezien, nog eens een oog flaan op de gemaakte befchriiving; misfchien geef; dat nader licht. —" Hoe ftaat 'er aan het eind? — Geluk is — genieting van genoegens, — welke — let wel ! — ,, welke alle onvermijdelijke ongenoegens overweegen.''''

Deze woorden verftaat. gij wel, denk ik. Alle ongenoegens , alle onaangenaame gewaarwordingen , ziin niet altijd vermifdelijk. — Wij hangen van de omftandigheden en van onze medemenfehen af: en , als die ons C wil-

Sluiten