is toegevoegd aan uw favorieten.

Onderzoek, of men de kinderen behoore te leeren bidden en danken. Uitgegeeven door de Maatschappij: tot nut van't algemeen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 90 )

hun geneugen aan te beveelen. Immers, in de eerfte jaaren is het doorgaans een natuurlijk gebrek in de kinderen, dat zij,offchoon zij wel eenige begrippen hebben van voorwerpen, van zaaken, omftandigheden en gebeurenisfen, echter niet in ftaat zijn wegens gebrek aan woorden, en onbedrevenheid om dezelve behoorlijk tot een rede te rangfchikken , om hunne denkbeelden, begrippen en gedachten, uittedrukken met de noodige klaarheid. Ja de ongefchiktheid, om de gedachten , m woorden of fpraak , bij zich zeiven te kunnen inkleeden, brengt min, of meer, eenige verwarring en duisterheid aan de gedachten en redeneeringen zelve te wege. Een kind kan, bij voorbeeld, denken, God kan alles doen, God kan en moet ons dat geene geeven 't welk wij noodig hebben, en wij moeten dit van God verzoeken; en evenwel kan het niet in ftaat zijn om een verzoek of gebed Gode voortefiellen , dewijl het met weet, met welke bewoordingen het zulks doen moet. — Hier is het dus noodzaaklijk , dat men de zwakheid van -het kind te hulpe koome , dat men het leere om de begeerten, onder wel zaamgevoegde en gepaste bewoordingen , en in juiste denkbeelden , voor God open te leggen -% en dit gefchiedt zeer gevoeglijk , wanneer men het een kort en goed opftel van eenig gebed of dankzegging* van buiten laat leeren, waardoor het van zelve in ftaat gefteld wordt, om met eenig duidelijker begrip God te kunnen bidden. — Ten tweeden. Door de kinderen goede opftellen van gebeden en dankzeg-