Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ïu Voorbereidende Verhandeling

Z&cham

HoOFDST.

aan 't wel

ke Zions gewenschti dingen hie worden ontwikkeld.

i i

van deszelfs gewenschte tydelyke en eeuwige bevangens, wegtenemen, en hun voorteftellen, hoe in den Mesfias alleen gerechtigheden en fterkte waren; leert ons het keurig verband dier zaaken , die den Propheet in dat eene vermaarde nachtgezicht O) Zyn voorgefleld; alles ademt hier goedertierenheid en waarheid,genade en eere voor Juda.

Plet was nacht; de gulden Zon was reeds lang ter westkimme gedaeld, doch door de ftraalen van het ongelchapen licht, werden de zwarte nachtgordynen als opgefchoven; hier wierden de Godsgeheimen ontdekt, die niet dan gewenschte dingen voor Gods volk behelsden.

I. Werd hier een man gezien, rydende op een rood paard, ftaande tusfchen de myrthen die in de diepte waren O); vertoonde dit wel aan den eenen kant, den diep nederigen, ja verdrukten ftaat van het wedergekeerd Juda uit Babel, dat thans als myrthen in de diepte der wateren van verdrukkingen) zuchtende onder de woelingen der

tem-

O) Zach. C. i: 7 , 8. (» Zach. i: 8 17.

(j) n^?-3 '» p>ofund« Zach. C. 1: 8. fc. efluantium tquarum , male a radice V«f obumbratus fuit , reétius a Wf apud Atabes ufitata in JLa cum vehementi sltu ec aipetu fevire. Varie in Biblijs applicatur, proprie profun-

do

Sluiten