Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

*i8 J°fuai bekroond met de

Hooptmt. 3

IV. Verhandeling;.

genpfiefter maar eenen hoed uitmaakten, blykt, wyl de mifchnephet of hoogepriefterlyke boed, waardoor hy onderfcheiden wierd van de andere Priefteren, alleen beftond in eenen zwachtel van 16 ellen, daar het voormiddelhoofd des Hoogenpriefters mede omwonden was. Dat de Hoogepriefter met eene kaale kruin zich zoude vertoonen, was tegen de wet, dus had hy boven den zwachtel, om zyn hoofd te dekken, den migbagnoot of gemeenen priefterlyken hoed, die het bovenhoofd dekte, nodig, en zowaren zy een boed voor den Hoogenpriefler; hier van daan, dat zo, de Mifchnifche Leeraars in Torna C. 7. als Jofephus Antiq. Jud. Lib. 3. C. 8. ook Hieronymus en Maimonides Hilchot kele Hammikd: C. 8. in opzicht van den Hoo. genpriefter de woorden nnora en newa, waar door zo het boven als het beneden gedeelte van den Hoogenpriefterlyken hoed in de wet, wordt uitgedrukt, onder elkander verwisfelen, niet zo zeer gelyk Braunius deVeft.Sac.Hebr. Lib. 2. C. 4. wil, om dat de Muts der gemeene Priefteren zo wel uit eenen langen zwachtel van 16 ellen, als de byzondere zwachtel des Hoogenpriefters, beftond, maar, om dat zy van een gebeel fpieken, dat uit twee deelen beflaat, die in opzicht van het hoogepriefterlyk hoofdgewaad niet kunnen van elkander afgefcheiden worden. Hier tegen intebrengen, dat men dan de gouden plaat niet als een byzonder hoofdgewaad kan houden, is ontbloot van allen grond, wyl Mozes die als iets afgezonderds voordraagt, waar buiten zyn fchedel bedekt was, dus maakte de bo« venhoed met den zwachtel een geheel uit, om dat de eene

hei

t

en aankleevende onreinheid in alles, vertoonde; zo moet hy dan, na het geestelyk aanzien van

zaa-

Sluiten