Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I, A. n. «. i' i' S§ j,öor^ t dewijl de Prediker wijs is geweest , zot leerde hij het volk nog wetenfchap, en merkte op, en onderzocht,hij. (lelde veele fpreuken in orde. Hoe deftig fprak Moies tot Ifraël, Deuter. 4. 1. Nu dan 6 Ifraël hoort naa de inzettingen en naa rechten, die ik ulieden letr te doen, opdat gij leeret en heenen inkomet, en ervetdat Land, dattf de Heer uwer Vaderen God geevt. 't Is den Bij•bel niet vreemd de lesten der Wijzen aan te merken als prikkels, ik wijs uwen aandacht tot Pred. 12:11. De woorden der Wijzen zijn gelijk prikkelen ende gelijk nagelen, diep ingeflaagenvande Meesters der verzamelingen , die gegeeven zijn van den eenigen Herder. Van der jeugd aan zegt eigenlijk die vlugge en fnelle beweging, waar mede men iets verricht; nu weeten wij, dat de tijd der jeugd de vlugfte tijd zij van het raenfchelijk leven, en hier van daan is het, dat dit woord gebruikt word van het jeugdig 'leven van den mensch, JeC 54: 6. De Heer heeft u geroepen als eene verlaatene vrouw, enbedroevde van geest, nszthans zijt gij de huisvrouw der jeugd: in het 103de Snaarlied, het 5de vers lees ik , die uwen mond verzadigt met het goede, uwe jeugd vernieuwt als eens arends. De jeugdige tijd is de beste tijd om te leeren en onderwijs aan te neemen.

III.

Sluiten