Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 9 )

betaaldt worden de Tollen en gerechtigheeden die de Ingezeetcnen * Portugeefen en vrye Luiden van de felve Plaetfen gewoonlyck zyn te geeven; Et vice ver fa.

XXI.

Ende dewyl de Heeren Staaten Generaal der felver Conqueften in Brafil en andere Plaetlen alleen gedaan hebben, doen de Ingezeetcnen en Inwoonderen van de felve noch ünderdaanen ende Subjecten waaren van den Koningh van Caftilien, oock Vyanden van deefen Staat, van welcke natuure meede geweeft zyn die geene, die haar aldaar als nu onder de gehoorfaamheid van den Koningh van Poivugaal en tot Vrunden en Geallieerden tot deefen Staat begceven, daar üit voor het toekoomende weederzydts een geduurige alliantie en goede correfpondentie open ftaat, mitsgaders met reedenen de een den anderen behoorlycke adminiftratie van Juftitie voortaan - fal moeten laaten toe te koomen.

XXII.

Is het nochtans fulcks, dat met de verandeiïnge, die in allerhande eigendommen en befittinge van vafte en roerende Goederen is gekoomen, alleen door calamiteit van moeyelycke oorloge, verfcheide Inwoonderen van den aanbegin, ende vervolgens onder de gehoorfaamheid van den Staat deefer Nederlanden gekoomen zyn, die ten deele verarmt, en verbyftert zyn geworden, ende dat veel Nederlanders, die aldaar met koopen van Jugenhos en andere vafte Goederen haar hebben ter neergeftelt, kan de Staat van defelve Conquesten geenfints lyden, dat eenige Goederen Jurc 'poftllminii vel quafi foude werden gerepeteert, dat oock de Ingezeetenen van de Heeren Staaten Generaal van de Portugeefen, noch de Portugeefen van de Ingezeetenen deefer Nederlanden eenige fchulden of andere laften fullen moogen eiflehen, veel min executie tot bekoominge van dien by der handt te neemen, maar üil een ieder gelaaten worden by het geene hy bevonden fal worden te befitten den tyd van de voorfz notificatie.

XXIII.

Die Onderzaten 'en Inwoonderen van de Landfchappen vau den hooghftgemelden Koningh Don Johan de IV., en der Heeren Staaten refpeclive fullen geduyrende het Beftant en ophoudinge van alle acten van vyandtfchap van tien jaaren alle goede correspondentie en vrundtfehap te faamen hebben, fonder te gedencken die offenlien en fchaaden, die fylieden hier vooren hebben geleeden.

XXIV.

In cas hier na met gemeene onderlinge bewillinge den oorlogh in de Caftiliaanfche Weft-Indiè'n moght worden gebraght en gevoert, ende in defelve indien eenige Conqueften ten lafte van den gemeencn Vyandt gedaan, dat men op de verdeelinge, mangelinge, ende het genot van dien in het vriende'lyck met gemeene bewilliginge,

als

Sluiten