Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 28 3

114-117. in primis Conf: 115. pag. 281. men voege hier by de woorden van den Fiscus Hugo de Groot in zyne verantwoordinge van de wetlyke Regeering van Holland Cap. 16. dióteerende dat, „ zo „ wanneer het niet conlleert, of een neerflag is ge„ fchied by noodweer of niet als dan de manier zo by het Hof als lage Rigters is, dat men den befchuldigden ontfangt in ordinaris Proces , voorts P. Bort. Tract. van criminele zaaken tit. 7. n. 26.

Dat in deezen zeggen zy Heeren, ook inzonderheid voor af ook een onpartydig onderfoek behoorde te gefchieden na alle de omilandigheden welke eenig ligt aan dat voorgevallene zouden kunnen byzetten, en wel voornamelyk, door wie de eerile aanval gefchied en het eerst gefchoten zy, of 'er mogelykheid of waarfchynelykheid zy, dat door een fchoot uit de pannen van het huis de gefneuvelde in diervoegen zoude kunnen getroffen weezen, zonder dat iemand dit treffen gezien heeft, of verklaart door wie zulks gedaan is; waar toe een oculaire infpectle van de plaats zelve niet ondienftig zyn zoude ; voorts of de gefneuvelde, die mede onder dien troep geweest is ook gefchooten heeft, en hoedanig, wie de eerfte aanleiding tot dit ganïche voorval gegeven heeft, en wat dies meer is; voorts dat de informatien omtrent dit een en ander zoo veel mogelyk, by ongepasfioneerde en geenfins mede handdadige perfoonen genomen worden ; Terwyl daar en boven de geringde omilandigheden zelvs volgens de leer der firenglte Criminalisten het corpus deliéri van gedaante kunnen doen veranderen.

Dat voor het overige, fchoon de aard en omflag der zaake Hun Heeren aan de eene kant belet om in een rechterlyk onderfoek te treeden, of en hoe verre de redenen van recufatie ten aanzien van die beide Officieren in het neemen der gerichtelyke in-

for-

Sluiten