is toegevoegd aan je favorieten.

De revolutionaire vraagal, of De zwaager van den politiken bliksem

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 99 )

zicht niet heerlyk? Maar bleef men echter niet by aauhoudenheid murmurceren en klaagen?

Dan, toen er eene Nationaale Vergadering was, hieli toen alle misnoegdheid op? — Klaagde, murmureerde rrien toen niet meer? — Of begonnen toen de klaagliederen eerst regt aangeheven te worden? — Riep men toen niet uit: „welke Wezens! welke -Narrckoppen! welke Intriguanten! welke Heerschzugtigen en Eigengrootheidzoekers?" Maar vergat men toen niet, dat men zelve zyne Vertegenwoordigers verkoozen had? Dar het de Mannen waren, waaraan men al -zyn vertrouwen had wcggefchonken,-en alle zyne loffpraaken verkwikt'? — Vergat men toen niet, dat men, door party vcor dezen en dien te trekken, men het b« 1 Bi zyöéa c rfprorg verfterkte en Vermeerderde? — Veruiten de Batóvéh toen niet, dat zy, door zig, door dit (lag van Wezens 'te laaten verdoelen, aan dezélven dé fchoonfle gêtfegenheid verfchaften, om de begéérde zaaken op dé MHge baan te fchuiven, als 'het gereedite middel, om zo veel langer te heerfchen en'•groote daggelden te trekken ?

Misnoegd moest men zekerlyk zyu over de. lungwyligheid en flapheid, waarmede deeze eerfte'Nationale Vergadering de groote taak, (het ontwerpen eener Conftitutie,) die hv.v.v was op'gölegtj verrigtede; rniüi. >e!:i was men met réden, daarover, dat men zo veel moei re-, tyd en barrewarrens bedeed.Ie a;in een Plan van Staatsregeling, dat men vooraf wist dat niet deugde, en dit men zeker vooruit kon zien, dat verworpen zou worden! Maar'had men geen hoop op eene tweede Nationaale Vergadering? Kende men de Voorwerpen niet by ondervinding, die de eerfte uitmaakten, en was men daardoor, niet in de gelegenheid gefteld , om da gehaat ten», de ongefchikten of tegen werkenden 'voorby te gaan, wanneer men andermaal verkiezing deed?

De tweede Nationaale Vergadering daa> zynde, was er toen geen misnoegen meer? Waren toen alle vówige klaagers ftpm? — Hoe verre was er dit af? — Maar erimierden de onrevreeden Bataaven zig wel, dat zy zelve de Mannén verkoozen hadden, op welker perfoonen SR bedryven zy, na derzelver aanftelling, zo veel te zeggëft en te bedillen hadden ? (:?) Dat zy dus zelve de oor/aa-

ke*

(*) Dit ftrookt niet niet liet. geen wy in No. 3, pag. 57, te leezen giiven. Doch 111 n hoiije onder 't oog, dat d,?eze twKjt (lukken niet van ié.'ca fcbiyvcr -zyn, en dat dus de (taAKbecMfe'h gemaklyk kunnen vericiiilleu. f.ezer oordeeie in die gevalizell'-é N a