is toegevoegd aan uw favorieten.

Verzameling van stukken, betrekkelyk tot den extra ordinaris landdag gehouden binnen Deventer den 6 september 1786. en volgende dagen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 231 )

ïï. Mog. en de Heeren Staaten der refpective Provifitïert addresfeeren, aan dezelve onze regtmatige bezwaren onder 't oog brengen, en derzelver veel vermogende invloed , en kragtige hulp verzoeken, ten einde wy in het genot van onze wettige verkregen voorregten worden herfteld.

Wy herhaalen hier 't geen wy in onfe Misfive van den 13 Aug. jongstl. aan de Heeren Staaten van Holland hebben voorgedragen, dat indien het onder de mogelyke gevallen waare, dat een Erfftadhouder , Erfgouvemeur en Capt. Generaal zig zo verre vergeten kon van de authoriteif waar mede hy door den Souverain is bekleed te misbruiken tot benadeeling van 's Lands waare bdangens , en dus tegens de intentie van den Souverain , wy ontwyffelbaar zeeker ftelden dat Hoogstdezelve het regt en de magt zouden hebben om voor hunne eigen hoogheid en veiligheid op eene efficacieufe wyze orders te ftelien ; wy voegden er te gelyk by, en die betuiging hernieuwen wy weer, dat wy ons dit eerbiedig denkbeeld van de rechtvaardigheid van den Souverain vormden, dat zulks nooit gefchieden kan of mag zonder zeer gewigtige redenen waar door ten klaarften confteert van het misbruik der toevertrouwde authoriteit. —

Dan zulke redenen zyn ten onzen opzigte nooit voorgedragen en kunnen ook in waarheid nooit voorgedragen worden, omdat wy het ons altyd tot een pligt en genoegen voorgefteld hebben de oogmerken van den Souverain in onfe betrekking tot elke Provintie met al ons vermogen te bevorderen. — Wy wenfehen niets vuuriger dan eens een einde te zien van alle de onaangenaarne verdeeldheden die thans in de Republicq reeds zedert eenige jaaren ontftaan nog plaats hebben , wy verlangen dit des te meer om dat wy voor onzen Perfoon en Huis daar in byzonder geconcerneerd zyn, wy verzoeken hier toe op het allernadiukkelykfte, dat Uwe Hoog Mog. en de Heeren Staaten van de refpective Provintien elk in den haaren daar toe de hand gelieven te bieden , en Uwe Hoog Mog. zullen ons altoos volvaardig vinden, om al wat in ons vermogen is, aan te wenden tot bewerking van die gewenfehte eindens.

Wy kennen onze verpligting en wy weten waar in onze waare grootheid en geluk gelegen is , niet daar in dat wy zouden tragten met verkorting van *5 Lands Hoogheid en Privilegiën te eropieteeren op de rechten

der