Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MARIAMNE, DERDE TQONEEL.

sohemus, a muon, sohembs,

Wat wil die Icherpe taal? Langs welk een weg kan zy Meer weten van myn hart, dan is bewust aan my? Jk zou dan zuchten! 'k znu van Mariamne vreezen.... Myn ftrenge vrindfchsp zou een vuijje liefje wezen ! Ik zou my levren aan eer.' iaften liefdegloed, Daar ik my moedig fcheur' van'ton waardeerbaarst goed! a m m o n.

Zy acht zich fei gehoond, en doet my alles vreezen. De minnenyd ziet feherp, wanneer ze in 'thart moet lezen, En liefde is nooit een drift die zich bedekken laar.

sohemus.

Neen, denk niet dat een hart als't myne is zwanger gaat Van een misdadig vuur, en zyne fpoorlcosheden. Onze aanhang vormt in ons een ftrengbegrip van zeden: De Esfeen, geftrecg van aart, Judéaas Stoicyn, Zal door zyn zedekunde altyd veradeld zyn. De waereld kan bet juk der Romer niet ontvlieden, Maar wy, wy zyn 't alleen dié op de drift gebieden. Dé Hemel zy gedankt, dat ik myn blydfchap fchepp' Uit dat ik voor myzelv' om uiers te blozen heb ! Het bloed heeft Mariamne aan my op 't rwautvst verbonden; Ik zag haar zuchten, 'k z;ig haar diepe hartewonden, Geflagen door 't geweid vau een barbaarfelie magt, Ik wydde my baar dienst; ik heb myn? pt-igc volbragt-.

. am-

Sluiten