is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsregeling des Bataafschen volks

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 75 )

Art. CCLXXX. Hetzelve is zaamgefteld uit tien Leden, ( waarvan w/'/'tot de crimineele, en vijf tot de civile Za! ken, bijzonderlijk werkzaam zijn.

CCLXXXL Het Uitvoerend Bewind ftelt, bij elk dier

( Geregtshoven, eenen Commisfaris , gelast, om te waaken ( voor de uitvoering der Wetten, en derzelver form, gelijk i rcede, eenen openbaaren Aanklaager in crimineele geval! len.

CCLXXXII. Bij deze Geregtshoven dienen de i Civile zaken, alleen in geval van hooger beroep.

CCLXXXTII. Ieder dezer Geregtshoven vonnist, bij i uitfluiting, over alle misdaaden, in derzelver Departement

begaan, over welken de Wet, hetzij infamie of lijfstraf i bepaalt, waaronder bijzonderlijk behooren alle fraudes i en contraventiën, door Ingezetenen van het Departement

ten nadeele van 's Lands Middelen gepleegd.

CCLXXXIV. Dezelven doen, al mede, uitfpraak over alle misdrijven, door alle Leden van eenig Administratief Beduur, of ook door de ondergefchikte Financieeie Ambtenaars in de Departementen en Gemeenten, in derzelver posten begaan.

CCLXXXV. In geval eener gevorderde Revifis van een Vonnis , door zoodanig Geregtshof gewezen, word dezelve opgedragen aan Adjuncten Revifeurs , uit de naastbij gelegen Departementaale Geregtshoven te benoemen.

Derzelver getal zal evenredig zijn aan dat van hun, die het Vonnis hebben uitgebragt.

CCLXXXVf. De Wet bepaalt de wijze van benoeming, den tijd van aftreding, dt- werkzaamheden, met derzelver fpiitfing , en de jaarwedden van alle Leden , tot de Departesiencaale Geregtshoven behoorende.

Art. CCLXXXVII.