is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsregeling des Bataafschen volks

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 5>* )

len te ZIJn van zijnen post, en het Uitvoerend Bewind gelast onverwijld te zorgen voor de oproeping van zijnen Plaatsvervanger, of voor keene nieuwe verkiezing m zijne plaats. 6

Zoodanig agtergebleven Lid word, daarenboven, als

vooraf n" aanflag vdliSheid van den Staat,

voor dat Departementaal Geregtshof, waartoe hij als Ingezeten behoort, te regt geiteld.

Art. 17. Aan dezelfde misdaad zijn ook fchuldfe allen, die z.g ineenigerieiopzigt, tegen het verkiezen veLaeT Cn W hetVerCeSenw°ordigend Lichaam

DERDE AFDEELING.

Van de form van Raadpleeging, en de Formulieren, daarbij in acht te nemen.

Art. 18. De Eerste Kamer neemt, in het raadpleeeen over eenig voorftel haarer Leden of Commisfiën, de volgende form in acht.

a. Bij ieder voorftel, of rapport, moet worden voorgedragen het Ontwerp van de Wet, of van het Befluit, waartoe Hetzelve itrekt. '

b. 'Er gefchieden drie lezingen van elk zoodanig; voorftel, alvoorens daarop te befluiten. De tus fchenlland van de eene lezing tot de andere is telkens, ten minften van drie dagen.

c. Na de eerste of tweede lezing, kan een voorftel verworpen, of de raadpleeging daarover uiegefteld worden. Het beOuit kan niet eerder dan na de derde lezing, plaats hebben.

d. De