is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsregeling des Bataafschen volks

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 94 )

Art. 22. Indien, aan hec hoofd van een Befluit, de verklaaring van onverwijlde noodzaaklijkheid door de Eerste Kamer is uitgedrukt, raadpleegt de Tweede Kamer terliond, over die verklaaring.

a. Zo de Tweede Kamer die verklaaring bekragtigt, raadpleegt Dezelve, zonder uititel, over het Befluit zelve.

b. Zo deze Kamer die verklaaring verwerpt, neemt Dezeive het daarbij ingezonden Befluit niet in overweging , maar zend hetzelve oogenbliklijk , met haar Decreet van weigering, terug aan de Eerste Kamer.

23. Indien een befluit der Eerste Kamer, aan de Tweede Kamer voorgefleld, wel de vereischten heeft, Art. 18.gevorderd, en,zo de TweedeKamer wel bekragtigtde verklaaring van onverwijlde noodzaaklijkheid, maar de zaak zelve, of den maatregel, in het Befluit voorgedragen, niet bekragtigt, zend zij hetzelve, met haar Decreet van weigering, aan de Eerste Kamer terug.

24. Allevoorgeftelde Befluiten der Eerste Kamer, aan welker hoofd niet geplaatst is de verklaaring van onverwijlde noodzakelijkheid, moeten, om door de Tweede Kamer te kunnen bekragdgd of verworpen worden , alvoorens, drie lezingen in dezelve ondergaan. Het tijdverloop, tusfchen de ééne lezing en de andere, is ten minsten van drie dagen telkens. Zo het Befluit word bekragdgd , worden de drie dagen der onderfcheiden lezingen, in de Tweede Kamer, aan het hoofd daarvan uitgedrukt.

25. In alle gevallen, waarin de Tweede Kamer een lielluit, haar door de Eerste Kamer voorgefleld, op de vvijze bij Art. 23 bepaald, verwerpt, voegt zij, bii haar Decreet van weigering, de redenen , welke haar daartoe bewogen hebben.

Art. 26.